Walvissen en de kleine oceaan
 
Het is denk ik de onbevattelijke grootsheid van de oceaan die me zo tot haar aantrekt. Op zee denk ik beter, voel ik me open als een blote hemel, alsof mijn hersens oneindige luchtledigheid nodig hebben om vrij te kunnen ademen.
 
De afgelopen dagen is er iets raars aan de hand met mijn lekkere ruime jas. Een desoriënterende, alles verhullende mist sluit ons ‘s ochtends en ‘s avonds in. Alleen de misthoorns van andere dolende schepen en vuurtorens geven nog enig besef van de ruimte om ons heen. In die verstilde engte is het spannend manoeuvreren. Het voelt of we een huiskamer dwars door een nieuwbouwwijk heen bewegen met onze ogen dicht. Wanneer kom ik de muur van dat andere huis tegen?
 
Dat het alsmaar goed blijft gaan is geen verassing. In Spanje hebben ze een gezegde waar we ons op de Melquiades aan vastklampen als aan een zonnestraal in een Nederlandse zomer: “Walvissen brengen de zeeman geluk.” We hebben onderweg liefst vijf keer walvissen gezien, waarvan minstens één keer een groep. Die trage ronde ruggen komen op Melquiades af alsof we inktvis uitdelen.
 
Mist is een nieuw weerbeeld, dat nog ontbrak op het lijstje van weerkundige ongemakken tijdens onze verhuizing. We hebben nu een aantal keer op enkele tientallen meters een tegemoetkomend schip ontwaard. Dat is boven alles stom toeval op zo’n grote bak water. Dat we bij minder dan 50 meter zicht toch steeds ternauwernood aan de wet van Murphy ontsnapt zijn, voelt als een wonder. Het wonder der walvissen.
zondag 31 augustus 2008