“Sleuteltje 22, kruiskop, splitpennen, multitool en later misschien de boor”
 
Tjebbo gaat weer eens de mast in. Voor de derde of vierde keer in twee weken tijd. Deze keer om de lamp te repareren en om het blok voor de grootzeilval te controleren. Er zijn maar weinig dingen aan ‘het zeilende gedeelte’ van Melquiades die vanaf het begin goed functioneren. In de scheepsdocumenten hebben wij teruggevonden dat Melquiades, voorheen ‘She’, een wedstrijdzeilschip is geweest. Dit wonder groeit uit tot een gevleugelde uitspraak als weer een onderdeel het begeeft: “het moet kunnen, er is mee geraced!”
 
In 1962 is Melquiades gebouwd als privéjacht voor een chirurg. In die tijd was het een zeer riant schip en dat is aan de inrichting te merken: luxe slaapvertrekken voor de kapitein en aparte kooien voor twee bemanningsleden.  De oorspronkelijke eigenaar was duidelijk een gefortuneerd man. Begin jaren negentig is het schip verkocht en een tijdje verwaarloosd. Daarna heeft een Duitser er veel aan geklust en gerommeld en is het schip omgedoopt tot ‘Faruk’. De erfenis van deze Duitser is goed merkbaar in klungelige technische oplossingen en in het verdwijnen van alles wat de boot zeilbaar moet maken. In 2002 krijgt de Faruk een nieuwe eigenaar, die er in vijf jaar niet mee zeilt en heel sporadisch mee vaart. Inmiddels ‘Ronin’ is aardig vervallen als wij haar juli 2007 vinden. Na een jaar operaties en facelifts vertrekt Melquiades op haar grootste avontuur uit haar bestaan.
 
We hebben uiteraard voorzien dat Melquiades nog niet helemaal wedstrijdfit zou zijn bij aanvang van onze verhuizing. Door wat tegenvallers bij het klussen en met het weer hebben we pas twee keer echt kunnen zeilen. Het ligt voor de hand dat er dingen kapot gaan. Toch is de waslijst problemen tot nu toe verassend. Het is een groot goed dat Tjebbo als technische man en Carlos als zeilexpert mee zijn. Voor elk mankement bedenken we samen wat de beste, en blijvende, oplossing is. In twee weken zeilen we niet alleen naar Spanje, maar groeit ons huis ook steeds meer uit tot een waardig zeezeilschip.
 
Een greep uit de klussen onderweg:
- De nieuwe verstaging ‘zet’ zich en moet opnieuw gespannen worden. Eén spanner is gammel en wordt gerepareerd.
- De ankerlier heeft een kapotte zekering, die is vervangen.
- We maken een ‘vinger’ onder de poelie van de ankerlier, die de ketting uit de klem tikt bij het ophalen.
- De fok scheurt en wordt onderweg genaaid.
- De zalingen waarlangs de fok schuurt worden voorzien van zalingbeschermers.
- De neerhouder breekt van de mast, we maken een oplossing met touw, die sterker, onderhoudsvriendelijker en makkelijker stelbaar is.
- De kikkers breken van de giek en van de mastvoet. We tappen de kikkers in de mastvoet en bouten ze door op de giek.
- Het oog waaraan de fokkeschoot vastzit wordt uit het dek gerukt, we monteren een nieuw, veel robuuster oog en draaien het een kwartslag, waardoor de kracht beter verdeeld wordt.
- De giek scheurt, omdat de schoot niet handig vastzit. We lijmen de giek en bevestigen de schoot met een paar lussen.
- Het voorste oog van de schoot zit op de verkeerde plek. We maken met een touwtje een nieuw ‘oog’ in de verschansing, waardoor we de fok beter kunnen trimmen.
- De dieseltank bevat wat prut, via het mangat proberen we de tank schoon te maken, maar we kunnen niet bij de plek waar de diesel opgepompt wordt. We vervangen het filter, spuiten de leidingen schoon en installeren een ‘dagtank’, met eigen pomp en filter.
- De vetpot die de schroefas smeert, begeeft het. Hij blijkt verkeerd aangesloten te zijn en de startaccu van de generator langzaam leeg te trekken. Dit lossen we later nog op, vooralsnog is het een ‘known bug’.
- De gland lekt, we draaien hem aan en pompen de boot leeg.
- We krijgen een visnet in onze schroef midden op de golf van Biskaje, Carlos duikt het water in om hem los te snijden.
- De boot ‘klappert’ als we motoren. De oplossing is moeilijk te vinden. Na een staaltje boottechniekfilosofie bedenken we dat de roerkoning waarschijnlijk niet goed gesmeerd is. Er blijkt een smeerpotje op te zitten dat in geen jaren is aangedraaid. We smeren het roer en het probleem is opgelost.
- Het wiel bovenin de bezaanmast loopt vast. Er is geen extra lijn omhoog getrokken om de boel te repareren. We strijken de mast terwijl we aan een boei liggen. Het blok blijkt volledig gescheurd te zijn. We monteren een nieuw blok en een reservelijn met reserveblok.
- Tijdens het hijsen van de mast ontdekken we dat 15 centimeter van de zaling van de bezaan verrot is. In de doe-het-zelf-zaak van Camaret vinden we een essenhouten steel van een bijl, die Tjebbo in de zaling lijmt. De volgende ochtend hijsen we de mast weer en kunnen we verder.
- Het stuur buiten zit half los. Tjebbo maakt van een oude huiddoorvoer voor elektriciteit een ring die het probleem bijna oplost. Na wat finetunen stuurt het nu een stuk fijner.
- De rails voor het onderlijk van de stagfok breekt van de giek. We bevestigen het zeil met een ‘losse broek’ en een wat robuustere onderlijkspanner.
- En een heleboel kleine klussen.
- Wordt vervolgd....
maandag 11 augustus 2008